Wan Toe Frie

persoonlijke blog van Frieda Gijbels

Goed. Ik zal het toegeven. Ik heb de jaarwisseling niet echt meegemaakt. Ik was in slaap gevallen en werd wakker toen mijn oudste zoon om tien over middernacht belde om me een gelukkig nieuwjaar te wensen. Is niet de eerste keer hoor. Toen we vroeger gingen skiën met oudjaar, haalde ik middernacht nooit. Maar nu was ik niet gaan skiën. En was het dus ook niet gelukt.

Maar goed. Ondanks alles is het er wel, 2026. Een bijzonder jaar. Bijvoorbeeld omdat ik mijn praktijk voor parodontologie vaarwel heb gezegd.

Een beslissing die ik moest nemen omdat er verdorie te weinig uren blijken te zitten in een dag. En te weinig dagen in die belachelijk korte weken.

Met spijt in het hart. Want ik ga ze missen, mijn patiënten. Ze waren natuurlijk niet allemaal even tof (ik heb er maar eentje ooit buitengezet). Maar ik had er toch heel veel leuke. En als je mensen jarenlang één of twee keer per jaar terugziet voor een controle, dan gaat het om veel meer dan alleen die tanden en dat tandvlees checken.

Je bouwt echt een vertrouwensrelatie op, die gebaseerd is op wederzijds respect.

Als je me vraagt waar ik het meest trots op ben in mijn loopbaan als parodontoloog, dan is dat niet één of andere gespecialiseerde chirurgische ingreep met een spectaculair resultaat. Dan is dat wel dat ik de meeste mensen gerust kon stellen. Soms vroeg dat al wat meer inspanning dan anders. Meer dan eens heb ik ademhalingsoefeningen gedaan met mijn patiënten voor ik ze een prik moest geven. Het waren dan ook soms venijnige prikken, dat geef ik toe. En in – en twee – en uit – en twee – en in – en twee – en uit – en twee – en hop – de spuit erin. Blijven ademen – goed uitademen, mijnheer – blijven ademen.

Goed uitleggen wat een ingreep precies inhoudt, helpt natuurlijk ook. Bladzijden vol heb ik getekend. En – een gouden tip – zeggen dat ze altijd hun hand mogen opsteken als ze even pauze willen of iets willen melden. Dat werd ons verteld in een les psychologie en heb ik altijd goed in mijn oren geknoopt. Zorg ervoor dat patiënten – die daar hulpeloos in die zetel liggen – controle hebben over de situatie. En stop ook meteen als ze hun hand opsteken, zodat ze je kunnen vertrouwen. Wat ook helpt, is dat ik zelf helemaal niet graag in zo’n tandartsstoel lig en wel wat aanleg heb voor empathie 😉 (Ik vraag altijd een dubbele dosis verdoving trouwens, gewoon, voor de zekerheid). En beseffen dat mensen met angst voor de tandarts daar soms goede redenen voor hebben omwille van traumatische ervaringen tijdens hun kindertijd.

Meermaals heb ik gehoord dat ik rust uitstraalde. Geen idee hoe dat komt, want ik ben innerlijk nu niet bepaald de meest rustige persoon. Maar ik ben er wel fier op dat ik mensen die eerst zo goed als niet behandelbaar waren, uiteindelijk ontspannen in mijn stoel kreeg. Zo goed als zonder zweethandjes.

Voor een stuk vond ik het ook missionariswerk. Zeker toen ik de praktijk pas startte, in 2003. Parodontologie was toen nog terra incognita, zo leek het wel. “Hic sunt dragones”. Ik moest sommige tandartsen nog overtuigen van het nut van parodontologie. Dat het niet onvermijdelijk was dat de tanden van hun patiënten zouden uitvallen door parodontitis. Dat daar echt wel iets aan kon worden gedaan. Maar dat ze dan op tijd moesten verwijzen. Ik kon het ze niet kwalijk nemen, want velen van hen hadden in hun opleiding nooit van parodontologie gehoord.

Ik had in die beginjaren ook het gevoel dat ik moest vechten tegen het beeld van “kwakzalver”. Want de behandelingen werden toen helemaal niet terugbetaald. Ik moest patiënten dus in eerste instantie overtuigen van het nut van een behandeling (met tekeningen en alles dus). Het was niet mijn uitleg die dan twijfel zaaide, maar wel de mededeling dat er niets van de behandeling zou worden terugbetaald. What the hell, zag je ze dan denken. Ik heb hier dus zogenaamd een ernstige bacteriële infectie van mijn tandvlees, die absoluut niet gezond zou zijn. Niet alleen is er een verband met hart- en vaatziekten en suikerziekte, maar ik ga volgens die parodontoloog ook nog eens mijn tanden verliezen als ik er niks aan doe. Maar die behandeling is niet terugbetaald, terwijl ze wel zou werken? Maak dat de kat wijs.

Het was meteen de reden dat ik ooit besloten heb om me politiek te gaan moeien. Eerst achter de schermen, vanuit de beroepsvereniging en via contacten met parlementsleden. Later meer voor de schermen. Ik vond het ontzettend oneerlijk dat ik me moest verantwoorden voor de prijs van een wetenschappelijk onderbouwde behandeling en natuurlijk vooral dat het voor sommige patiënten financieel niet zo evident was om zich zo’n behandeling te kunnen permitteren.

Ondertussen zijn de tijden gelukkig veranderd. Het is nog verre van perfect, maar er is toch al een beetje meer erkenning van parodontologische behandelingen en er is ook al wat meer terugbetaling. Nog steeds is er een ongelijke toegang. Want bepaalde behandelingen zijn niet terugbetaald, of veel te weinig in verhouding tot hun werkelijke kostprijs. Waardoor sommige patiënten het zich wel en sommige het zich niet kunnen permitteren. Er blijft dus nog werk aan de winkel.

En hoe graag ik mijn patiënten ook zag, of misschien: omdat ik mijn patiënten graag zag, moest ik besluiten om de deur achter mij dicht te doen. Het is niet evident om mijn rol in de politiek te combineren met een praktijk. Omdat je er eigenlijk moet kunnen zijn voor je patiënten als dat nodig is. Omdat je niet in Brussel wil zijn als je gebeld wordt voor een complicatie.

De ervaring uit de praktijk, die neem ik mijn leven lang mee. Hoe lang die politiek gaat duren, dat weet niemand. Maar alles is natuurlijk eindig, dus daar ga ik me voorlopig geen zorgen over maken.

Door te stoppen met de praktijk, heb ik de lat voor mezelf wel wat hoger gelegd. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is er alleszins niet minder op geworden. Ik zal blijven zorgen voor mijn patiënten, maar dan op een andere manier. Ik zal blijven ijveren voor een betere gezondheidszorg voor iedereen. En iets breder dan dat: voor eerlijkheid, rechtvaardigheid, duidelijkheid en samenhorigheid.

Op een fantastisch 2026!

2 gedachtes over “Hic sunt dragones

  1. Corstjens Marc's avatar Corstjens Marc schreef:

    Well done.

    Next.

    Good luck.

Plaats een reactie