Wan Toe Frie

persoonlijke blog van Frieda Gijbels

Ik denk vaak aan u, liefste kiezer. Het gekke is dat ik niet weet wie u bent. Dat is waarschijnlijk vervelender voor u dan voor mij, vooral als u niet voor mij hebt gekozen. Ik kan me voorstellen dat dat dan misschien wel ongemakkelijk voelt wanneer u met mij praat. Maar maak u geen zorgen. Ik weet dat echt niet en ik zal u ook niet op de rooster leggen.

Ik wil het eigenlijk ook gewoon niet weten, want omdat ik niet weet wie u precies bent, probeer ik steeds weer het beste van mezelf te geven en mijn verkiezingsbeloftes na te komen. Want ik stel mij voor dat dat waarschijnlijk de reden is dat u voor mij hebt gestemd (of u heeft ienemienemutte gedaan, natuurlijk, dat kan ook) en ik stel u niet graag teleur.

Nu is het u waarschijnlijk al opgevallen dat ik er niet altijd even afgeborsteld uitzie als op mijn verkiezingsaffiche. Dat komt omdat ik die ene keer wel mijn haar met zo’n ronde borstel had geföhnd en met van die haarclips en pluk voor pluk, terwijl ik er op gewone dagen snel eens met de haardroger door blaas, in de hoop dat het wel goed zal vallen.

Hopelijk is dat het minste van uw zorgen, maar het valt mij helaas wel op, als ik me bezig zie op video’s uit commissievergaderingen. Ik dacht altijd dat niemand naar de achterkant van mijn kapsel zou kijken, maar die camera’s zijn dus onverbiddellijk.

Maar verder probeer ik onthecht te zijn van zaken als een kapsel en me te laten leiden door principes als verantwoordelijkheidszin, eerlijkheid en redelijkheid. Gezond verstand, kortom. Gelukkig ben ik ook omringd door uitstekende medewerkers en gemotiveerde collega’s, zodat ideeën kunnen worden uitgewisseld en afgetoetst. Maar laat het gerust weten als u denkt dat het de verkeerde kant opgaat met mij. Altijd fijn als dat ook nog eens op een rustige manier kan, al blijken sociale media daar niet altijd toe uit te nodigen.

Nu, in de Kamer mag ik prachtige thema’s opvolgen: volksgezondheid, wetenschappelijke vraagstukken, landbouwbeleid en wetenschappelijke en culturele instellingen.

Ik was me in al die onderwerpen flink aan het verdiepen, toen in januari de Covidcrisis plots op mijn pad kwam. En ik moet zeggen dat het me sindsdien geen dag meer heeft losgelaten. Ik was meteen in de ban van de evolutie van het virus en heb meer wetenschappelijke artikels gelezen dan indertijd voor mijn doctoraatsstudies, schat ik zo.

Meer dan ooit is door deze crisis het belang van de gezondheidszorg op het voorplan gekomen. Meer dan ooit is het duidelijk geworden dat er nood is aan een gezond beleid. Gezond verstand, zonder taboes. Een goed gezondheidsbeleid is geen luxe optie, het is een afspiegeling van het sociale en economische gelaat van een land. Het is een pakket van onze gezamenlijk opgebouwde middelen, kennis en kunde, gebundeld en geoptimaliseerd om bij u te kunnen injecteren en om u beter te maken wanneer er iets schort aan uw lichaam of geest.

Ik hoop oprecht dat we dit moment in de geschiedenis, waar gebleken is dat een goede gezondheid het begin is van alles, kunnen aangrijpen om de organisatie van onze zorg te herbekijken. U weet al waar ik naartoe wil.  Een regionaal gezondheidsbeleid. Eigen keuzes, eigen verantwoordelijkheden. Als u niet op mij gestemd heeft, dan denkt u misschien: blablabla, de Vlaams-nationalisten maken misbruik van een gezondheidscrisis om hun agenda er door te drukken. Maar het is toch waar? Het is toch maar wanneer je de gevolgen van een beleidskeuze voelt, dat deze keuze ook sturend kan werken?

Tot nu toe is dat niet het geval. Het is een feit dat investeren in preventie ruimschoots bespaart in behandeling. In Vlaanderen wordt er meer ingezet op preventie dan in Wallonië. Maar als Wallonië de rekening niet hoeft te betalen, waarom zou ze dan investeren in preventie? En dat is uiteindelijk ook ten koste van de Walen. Ook voor hen zou een regionalisering van de zorg opbrengen, eerst en vooral op gebied van gezondheid en levenskwaliteit.

De middelen voor de gezondheidszorg moeten inderdaad erg bedachtzaam worden aangewend. Structuren moeten daarbij ten dienste staan van de kwaliteit van de zorg. Mijn pleidooi voor meer preventie en regionalisering heeft niet de bedoeling om te beknibbelen op zorg, maar wel om de middelen die we winnen door een betere preventie nog beter in te zetten voor chronische en hoogtechnologische zorg. Zodat we ons de nieuwste medicatie en technieken kunnen blijven veroorloven. Want met een beetje geluk worden worden we best oud, u en ik, en onderzoek en ontwikkeling zullen ervoor zorgen dat onze artsen steeds beter aan ons kunnen sleutelen.

Nu denkt u misschien dat de ziekenhuizen, toch een federale bevoegdheid, het goed hebben gedaan in deze crisis. Maar dat komt volgens mij vooral doordat onze artsen en het ziekenhuispersoneel zo inventief en flexibel waren, niet omdat het federale niveau adequaat reageerde. Er was immers een stuitend gebrek aan coördinatie en communicatie op het federale niveau, iets dat ik in januari al voor u heb aangekaart in de Kamer.

En dan hoor ik u zeggen dat de woonzorgcentra, die dan weer Vlaamse bevoegdheid zijn, het toch niet goed hebben gedaan. Zij waren echter afhankelijk van het federale niveau voor bevoorrading van beschermmateriaal en medische ondersteuning. Het zou veel efficiënter geweest zijn als er een samenwerkingsverband was geweest tussen ziekenhuizen en woonzorgcentra.  Een samenwerkingsverband, desnoods enkel in gevallen van crisis, maar wel op het niveau dat het dichtst bij u staat en het dichtst bij het beleid waarvoor u heeft gekozen.

Het federale niveau heeft, kortom, geflaterd – dat heeft u ook zien gebeuren – door compleet onvoorbereid een medische crisis in te duikelen. Niemand zag het aankomen, maar iedereen kon weten dat het ooit zou gebeuren. Toch moest zowat alles blijkbaar opnieuw worden uitgevonden en heeft het opzetten van comités, werkgroepen en taskforces en het zoeken naar leiding en houvast bijzonder veel onnodige energie en tijd gekost. Nochtans bestond er een pandemieplan (hier kan u lezen wat ik daarvan vond), hoewel dat blijkbaar hardnekkig genegeerd werd.

En ondertussen hoop ik toch stiekem dat ik ook u overtuig, beste niet-kiezer. Want misschien leest ook u wel mijn blogs. Stiekem hoop ik eigenlijk dat ik, samen met mijn collega’s, kan laten zien dat mijn partij een sleutel tot de toekomst kan zijn. Een partij die los staat van zuilen en dus vrij en ongebonden kan ijveren voor een duurzaam verschiet.

In die zin is het maar goed dat ik niet weet wie u precies bent, liefste kiezer. Want nu probeer ik toch steeds weer even achterom te kijken en na te denken. Over keuzes en consequenties. Over de lijn van onze partij. Omdat ik weet dat u daarop heeft vertrouwd.

Heeft u de peiling van gisteren al gezien? Mijn partij heeft behoorlijk wat procentjes verloren. Dat is jammer, want dat wil zeggen dat we u niet voldoende hebben kunnen laten zien waar wij voor staan en wat wij in onze mars hebben. Ik wil u graag zeggen dat ik heel erg geloof in mijn partij. Ik zie ernst, oprechtheid, vastberadenheid, intellect en eerlijkheid bij mijn fractiegenoten. Ik zie visie. En ook heel veel humor – ik weet niet of dat in alle partijen zo is (ik denk het niet).

Dus ik hoop dat ik u daarvan kan overtuigen. Ook als u niet voor mij gekozen heeft. Is niet erg. Ik werk ook met plezier voor u. En ik hoop dus stiekem dat ik u op andere gedachten kan brengen. Ik hoop alleszins wel dat u gelooft in mijn oprechtheid en gevoel voor verantwoordelijkheid. Dat laatste voelt soms als een last op mijn schouders, vooral als ik vind dat ik het niet goed genoeg heb gedaan, maar het voelt vooral als een enorm voorrecht.

Vandaag exact een jaar geleden legde ik de eed af in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Al een jaar geleden. Nog maar een jaar geleden.

En het was me het jaartje wel. Wat heb ik veel geleerd en wat moet ik nog veel leren. Bijzonder dankbaar ben ik voor de tijd die ik al in dat federale parlement heb mogen doorbrengen.

Frieda

 

Een gedachte over “Eén jaar!

  1. Miel Roussard schreef:

    Beste Frieda, als uw en mijn partij het vuile spelletje van de praktijktesten meespeelt zullen de procentjes nog verder dalen. Als onbevooroordeelde, niet verhuurder vind ik het ongehoord dat het racisme in o.a. de makelaarswereld zou opgelost woorden door een heimelijke methode die verraad en wantrouwen zal zaaien. Een partij, een overheid die zulke slinkse trukjes gebruikt wijs ik definitief af.
    Racisme moet bestreden worden met stevige, maar eerlijke argumenten en daden. Dit is niet alleen mijn mening, maar ook die van vele van mijn vrienden. N-VA heeft altijd ons vertrouwen gehad, maar niet ten koste van alles.

    Vriendelijke groeten,
    Miel Roussard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: